------------------  CAMBODJA  ---------------

                    Naar de foto's                                                                                         Naar de startpagina

De verhalen uit Cambodja:

7 oktober:
De weg van de hel naar de hemel

16 oktober:
Good luck to you!

31 oktober:
Kapot in Kampot

Wij zijn in Cambodja toegekomen op 1 oktober en blijven tot eind oktober!

7 oktober: De weg van de hel naar de hemel

Stel u even voor: tientallen vierkante kilometers monumenten uit lang vervlogen tijden, gescheiden van elkaar door dicht regenwoud en prachtige rijstvelden... Dat is Angkor Wat, een wereldwonder, de hoofdstad van het Khmer rijk tussen de 9e en de 13e eeuw. Angkor staat al heel lang op ons verlanglijstje en het is een van die plaatsen die we zeker willen gezien hebben voor we terug naar Belgie reizen. En hier zijn we dan! Heerlijk. Aanvankelijk vreesden we een beetje dat de verwachtingen te hoog gespannen zouden zijn en dat het allemaal wat zou tegenvallen, maar niets is minder waar. Na drie dagen tempels bezoeken zijn we het nog lang niet beu. Toen we vijf dagen geleden toekwamen in Siem Reab waren we uitgeput en hadden we het meest nood aan een dagje platte rust. Maar op dag twee hier stonden we volledig klaar om het gigantische domein eens grondig te gaan verkennen. Tot we aan de ingang komen... We krijgen te horen dat het niet langer mogelijk is om het domein als westerling met de scooter te verkennen. Volgens ons is er duidelijk sprake van een misverstand, want we hebben gelezen dat het niet meer mogelijk is om een scooter of motor te huren in Siem Reab, maar dat het het wel mogelijk is om met je eigen vervoer rond te rijden. Maar na twee uur onderhandelen met de politie blijkt dat we onder geen beding met ons eigen vervoer het domein in mogen. In de stad rijden is geen probleem, maar er zijn een tijdje geleden problemen geweest met buitenlanders met eigen vervoer en daarom hebben ze de regels verstrengd. Jammer jammer jammer. Tegen de tijd dat we eindelijk van bij de politie buiten komen staat ons hoofd er ook niet meer naar om nog tempels te bezoeken, dus besluiten we om er nog een rustdagje aan vast te plakken. Gelukkig weet onze hyper vriendelijke hoteleigenar ons te zeggen dat we wel twee elektrische fietsen kunnen huren en zo toch nog op eigen krachten kunnen rondsnorren. Dus op dag drie staan we met goede moed terug aan de ingang en mogen nu inderdaad wel door. Joepie, in rechte lijn naar Angkor Wat, beginnen met het hoogtepunt natuurlijk! En we worden absoluut niet ontgoocheld. We hebben Angkor Wat, het grootste religieuze bouwwerk ter wereld, bijna voor ons alleen omdat het ondertussen al bijna middag is en iedereen dus of zit te eten of gevlucht is voor de brandende zon, of allebei. Drie uur later koken onze hersennen ook, niet alleen van de zon maar ook van het kollosale gebouw en dus moeten ook wij de schaduw opzoeken. Na Angkor Wat bezoeken we Angkor Thom, het centrum van het centrum, afgeboord met een grote gracht en vijf gigantische poorten. In het midden van Angkor Thom staat de Bayon, zowat de meest bizarre tempel ter wereld. Jayavarman VII, de god-koning, liet op het einde van de 12e eeuw een tempel bouwen ter ere van de Boeddhistische god Avalokitesvara en liet het gezicht van de god 216 keer uit de torens hakken. Alleen... het gezicht van de god lijkt verdacht veel op het gezicht van de heerser zelf... zelfverheerlijking ten top? Het resultaat mag er anders wel wezen hoor. 216 gigantische gezichten die de jungle in staren, het is iets wat je niet vaak ziet. Na de Bayon zijn we echt zodanig moe dat we de rest van de tempels voor een andere dag houden en rustig de tien kilometer terug naar het hotel aanvatten. De volgende twee dagen bezoeken we onder andere Preah Khan, een schitterend kloostergebouw waar je verloren loopt in de gangen en binnenpleintjes en waar je elke twee meter een nieuw schitterend foto hoekje ontdekt, om nog maar te zwijgen over de schitterende beeldhouwwerken en friezen. In Banteay Kdei zijn we volledig weg van de hal der dansers, een zuilenhal met op elke zuil vier tot acht dansers prachtig uit de steen gehakt en in Ta Prohm laten we ons meeslepen in de Tomb Raider wereld: een kloostercomplex dat een hevige strijd aan het leveren is met de krachten van de jungle. Gigantische boomwortels verpulveren traag maar zeker de gewelven van het klooster en je kan duidelijk zien dat de strijd nog niet beslecht is... Om de dag gisteren in schoonheid af te sluiten hebben we genoten van een schitterende zonsondergang vanop de heuvel-tempel Pre Rup. Enige nadeel was dat we daarna natuurlijk nog de 15 kilometer terug moesten fietsen door een pikzwarte jungle. We hebben geen wilde dieren gezien (of gehoord) en konden s avonds terugkijken op drie zeer geslaagde dagen. Het was zeker alle moeite waard...

Want om hier te raken hebben we wel wat moeite moeten doen! In Khorat hebben we een hele dag rondgelopen van links naar rechts om alle papieren voor Robin en Suzy in orde te krijgen. Die dag eindigde met het feit dat ze de nummerplaten van onze schatjes vezen en er ons twee papieren voor in de plaats gaven. We hadden er onze twijfels bij of dit wel de juiste manier was, maar de dames van dat kantoortje waren zeer overtuigd, dus we zagen er ook niet meteen graten in. In een opperbeste stemming en vol verwachting vertrekken we op 24 september naar de grens met Cambodja, klaar om een nieuw land binnen te trekken. Omdat we niet veel zin hebben om de 250 kilometer in een keer te rijden slapen we ergens onderweg en besluiten we de volgende dag op te staan en de grens over te rijden. Alleen steekt een moessonregen ons stokken in de wielen en het is al ruim na de middag als we kunnen vertrekken, waardoor we de nacht nog doorbrengen op Thaise bodem en de ochtend van de 26e fris en monter opstaan om de hele grensprocedure te doorlopen. Alleen... het loopt al meteen mis als we bij de Customs toekomen. Die gasten zijn totaal verbijsterd dat ze daar twee westerlingen op scooters zonder nummerplaat zien. "Jaja, dat is geen probleem" proberen we nog, maar daar zijn ze niet echt van onder de indruk. Van Customs worden we doorverwezen naar de politie, van de politie naar Immigratie, van Immigratie naar het hoofdkantoor van Customs en van daar terug naar het kleine Customs aan de grens. 5 uur, 4 kantoortjes en 20 mensen later weten we dat ze ons in Khorat definitieve exportpapieren gegeven hebben en geen tijdelijke! Wisten wij veel, alles staat natuurlijk in het Thai op die documenten. Als we met die papieren de grens over rijden (hetgeen geen probleem is) kunnen we het land niet terug inrijden! Er zit niets anders op dan terug naar Khorat te rijden om nieuwe nummerplaten aan te vragen, en de hele papierwinkel opnieuw te doorlopen. Het probleem is wel dat ons Thais visum ondertussen verloopt, waardoor we te voet de grens moeten oversteken, een Cambodjaans visum moeten aanvragen en dan gewoon de straat oversteken om Thailand terug binnen te wandelen. Al bij al hebben we wel even tijd nodig om de klap te verwerken omdat we er zo hard naar uit keken, maar we besluiten er s avonds de sfeer niet door te laten verpesten en op 1 oktober staan we opnieuw klaar aan de grens, met alle goede papieren! Het zijn dezelfde mensen die aan de loketjes zitten en ze zijn duidelijk even blij als wij dat ze ons er nu wel kunnen doorlaten. Een kleine drie uur nadat we aan de Thaise grens zijn toegekomen staan we (ditmaal met Robin en Suzy) op Cambodjaanse bodem.

Het avontuur kan beginnen en het begint ook onmiddelijk. We zijn ondertussen al zo gewoon geraakt aan Thaise super wegen dat we even vergeten zijn dat de buurlanden niet zo rijk zijn. De weg tot aan Sisophon is een ramp, er ligt asfalt op, maar die is ondertussen zodanig beschadigd dat je eigenlijk meer put dan weg ziet. De 50 kilometer tot in Sisophon zijn slopend en we zijn blij dat we even kunnen pauzeren met een fris drankje. De volgende 100 kilometer beloven immers niet zo veel beter te worden, want dit stuk staat er om bekend dat het een van de slechtste stukken 'highway' van Cambodja is, enkel en alleen omdat Bangkok Airways genoeg smeergeld betaald aan de Cambodjaanse overheid om de weg niet te verbeteren zodat zij meer tickets verkopen aan mensen die comfortabel naar Siem Reab willen! Het is een schande! De weg blijkt een brede aarden baan te zijn waarop vrachtwagens, bussen en autos als gekken overvliegen, dus dat wordt een aantal uur stof slikken. Terwijl ik tijdens een pauzemoment de bagage weer even goed op Robin bindt besluit die dat hij zin heeft om zich even neer te leggen, waardoor mijn helm in de gracht rolt en daardoor doornat wordt. Na 60 kilometer zonder helm ziet mijn gezicht er eerder roodbruin uit door al het stof. Als het dan op 10 kilometer voor het einde begint te stortregenen wordt het ons bijna te veel en doodop, doornat en volledig vuil komen we in Siem Reab toe. Het eerste guesthouse waar we stoppen blijkt vol te zitten, maar gelukkig zijn ze bijna klaar met de bouw van een nieuwe vleugel aan de overkant van de straat en dus kunnen we daar wel terecht, met een korting zelfs omdat we de eerste klanten zijn. Dat het er allemaal nog niet helemaal af is blijkt al meteen als we ons willen douchen, want op het ogenblik dat de boiler aanspringt valt alle elektriciteit uit. Daar staan we dan, nat en in het pikkedonker. Gelukkig is het euvel snel hersteld en staan we weer klaar om te douchen. Om even later weer in het pikkedonker te belanden... Na drie keer is het duidelijk dat we gewoon zo weinig mogelijk andere eletriciteit moeten gebruiken terwijl we ons douchen, en zo lukt het ons toch om heerlijk proper te raken. Moe maar vol verwachting kruipen we ons bedje in, hopend dat het al die moeite waard zal blijken!

Vijf dagen later beginnen we alle ellende al weer te romantiseren en genieten we weer volop van heerlijk reizen, bezoeken en samen zijn. Cambodja beloofd een prachtig land te zijn, super super arm en vuil maar met ontzettend vriendelijke mensen. Overal krijgen we meteen een glimlach en een vriendelijk woord, de mensen zijn blij ons te zien en wij zijn blij dat we dit allemaal en hen allemaal mogen zien! Het is heerlijk om weer eens te merken dat je niet veel rijkdom nodig hebt om het leven leuk te maken.

Onze dankbaarheid gaat natuurlijk weer uit naar iedereen die de moeite blijft nemen om ons met mailtjes te overladen. We houden er enorm van!

stuur ons een berichtje                                                                                                     terug naar boven 
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

16 oktober: Good luck to you!

Wat de meeste westerse toeristen in Cambodja zien is een arm land, met veel vervuiling en een heel groot aantal mensen die een of meerdere ledematen kwijt zijn door de gigantische hoeveelheid landmijnen die nog dagelijks slachtoffers maken. Maar wat de Cambodjanen zelf zien is een land in vooruitgang, een land waar, mede door het toerisme, veel nieuwe mogelijkheden zijn en vooral een land waar het de laatste jaren alleen maar beter wordt. En dat is het wat ons ontroerd aan dit land. Nog geen dertig jaar geleden zijn tijdens de 3 jaar dat Pol Pot met zijn Rode Khmer geregeerd heeft tussen de 1 en de 3 miljoen mensen omgekomen door politieke zuiveringen, folteringen en ontbering! Daarna is het land voor twintig jaar getekend geweest door een bloedige burgeroorlog (waardoor het langste mijnenveld ter wereld ontstaan is), waaraan rond de eeuwwisseling eindelijk een eind aan gekomen is. En nu zijn de Cambodjanen langzaam aan het opruimen. Mijnenvelden worden stuk voor stuk ontmijnd, er zijn grootscheepse campanges om de mensen aan te moedigen hun wapens in te leveren en eindelijk is er in deze agrarische samenleving weer tijd om vee te houden en het land te bewerken. En ondanks al die jaren kommer en kwel staan de Cambodjanen lachend in het leven en kijken ze vooruit naar een beloftevolle toekomst in plaats van om te kijken en te zitten kniezen bij het leed uit het verleden.

Cambodja is een betoverend land en het is heerlijk om hier op reis te kunnen zijn. Wij genieten met volle teugen van elke seconde! Nadat we in Siem Reab een rustdag genomen hadden om aan onze website te werken hadden we nog drie dagen over van onze zevendaagse Angkor Wat-pas. Dag een daarvan hebben we een 'remorque' gehuurd, dat is een karretje dat voort getrokken wordt door een scooter (een beetje een paard en kar, maar dan zonder paard) om de iets verder gelegen tempels te kunnen bezoeken. Het wordt een volledige daguitstap waarop we ruim 150 kilometer afleggen en twee zeer indrukwekkende tempels bezoeken. De eerste indrukwekkend om zijn enorm verfijnde sculpturen en beeldhouwwerken (volgens geleerden door vrouwen gebeeldhouwd, want mannen zouden niet zo'n fijn werk afleveren...) de tweede indrukwekkend omwille van zijn ongerestaureerdheid. Deze laatste tempel ligt er nog steeds bij zoals ze in het begin van de vorige eeuw zowat alle tempels van Angkor aangetroffen hebben: volledige ruine overgroeid met dicht regenwoud. Zeer sfeervol, maar een echt karwei om muren en torens op en af te klimmen om de tempel te kunnen bezoeken. Reken daar nog eens een alles doordringende hitte bij en je kan je misschien voorstellen dat wij bekaf waren. Maar volledig voldaan konden we s avonds in ons bedje kruipen. De voorlaatste dag van ons Angkor avontuur wilden we alles gedaan hebben wat we nog zeker wilden doen, zodat we de laatste dag rsutig konden afscheid nemen. We hebben die dag in de gietende regen 10 tempels bezocht, waardoor we onze laatste dag in schoonheid konden eindigen met het meesterwerk waar we ook mee begonnen waren: Angkor Wat, de tempel der tempels. Waar we tijdens ons eerste bezoek murw geslagen waren door de enorme omvang van het complex, daar waren we nu verbijsterd door de enorme detailafwerking van het geheel. Hoe we dat tijdens ons eerste bezoek over het hoofd hebben kunnen zien is ons nog steeds een raadsel, maar we hebben het ruimschoots goed gemaakt door 5 uur met open mond door de gebouwen te slenteren. We hebben Genoten (met grote G). En om het afscheid compleet te maken werden we s avonds beloond op een prachtige zonsondergang boven Angkor Wat, romantisch...

Na negen dagen Siem Reab was de tijd gekomen om andere oorden op te zoeken en Robin en Suzy weer van stal te halen. De rit zal ons 150 kilometer verder brengen, in Kompong Thom op de oever van het Tonle Sap meer. Onderweg worden alweer getrakteerd op het hele hoop vriendelijkheid, gezwaai en Hello geroep en zien we het overweldigende landschap aan ons voorbij trekken. Rijstvelden zover het oog rijkt en daartussen krachtige rivieren en andere waterplassen waarin kinderen spelen en volwassenen vissen. Daartussen op geregelde tijdstippen een dorp, niet zo'n dorp zoals bij ons, maar een echt dorp, met rieten of houten huizen, elk met een paar koeien of buffels op het erf, en ergens in het dorp de centrale waterput. Het is duidelijk dat Cambodja een zeer rurale samenleving is. Maar we zijn blij dat we de stad uit zijn, want we kregen een punthoofd van de verkeersregels daar. In onze reisgids staat dat ze hier aan de rechterkant van de weg rijden, maar eens we in Siem Reab waren was dat niet echt duidelijk meer. Er zijn naar het schijnt verkeersregels, maar niemand houdt zich eraan. het enige dat telt is dat diegene met de luidste toeter het meest voorang heeft, ook al betekent dat dat de andere de stoep moet oprijden om een ongeluk te vermijden. De regel is: ik toeter dus jij gaat uit de weg. Om ter eerst toeteren dus... Het enige waar de 'echte' verkeersregels goed voor zijn is voor de zakken van de politieagenten. Op een bepaald ogenblik rijden we per toeval een eenrichtingstraat in (bordje niet gezien en gewoon de andere scooters gevolgd) net op het moment dat er in die straat ook een agent staat. Pech gehad dus. Naar het schijnt hebben we een overtreding van twee punten begaan en elk punt kost 1.5 dollar. Het argument dat de anderen ook verkeerd in die straat rijden houdt natuurlijk geen steek, en ook een uitgebreide verontschuldiging en een ik-zal-het-nooit-meer-doen haalt niets uit. Dus er moet betaald worden, alleen weten we ondertussen al wel dat die boete niet naar de staatskas gaat, maar in de zak van meneer de agent verdwijnt, dus na lang onderhandelen komen we er van af met een boete van 1 dollar. Omkoperij helaas, maar het is niet de eerste keer dat we dat hier meemaken. Ook voor onze visums hebben we zwaar moeten afbieden om de voor de legale prijs te krijgen. Probeer zo maar eens een land te regeren waarbij iedereen er op elk niveau op uit is om zichzelf zo veel mogelijk te verrijken!

In ieder geval, wij zijn dus blij dat we de stad weer uit zijn en dat we ons meer moeten concentreren op overstekende koeien, kippen en honden dan op kamikaze-chauffeurs. Vanuit Kompong Thom maken we een daguitstap naar Sambor Prei Kuk, een pre-Angkor hoofdstad. De ruines zelf zijn mooi, maar na Angkor niet echt overweldigend, maar de weg er naar toe is heerlijk. Na de eerste 10 kilometer erbarmelijk slecht weg, met kraters die volgelopen zijn met water door de overvloedige regenval, krijgen we een vrij vlakke aarden weg die ons door minidorpjes voert, waar de tijd lijkt stil te staan. Het ontbreekt mij aan synoniemen van prachtig en schitterend om dit te beschrijven. Op een gegeven ogenblik worden we midden in een dorp tot stilstand gedwongen omdat de weg volledig overstroomd is. Een oud vrouwtje doet ons teken dat we via haar erf naar het erf van de buren kunnen, dat dan weer uitgeeft op het erf daarnaast enzovoorts... Uiteindelijk komen we zo via plankenbruggetjes terug op de weg uit en kunnen we onze reis voort zetten. In de namiddag doen we hetzelfde terug in omgekeerde richting, met veel bekijks en plezier van de kindjes en de volwassenen. Van deze laatsten krijgen we, zoals overal in Cambodja, nog een "Good luck to you" toegewenst, de heerlijke afsluiter waar elk contact mee afgerond wordt.

Eergisteren zijn we dan na een rit van 170 kilomet in Phnom Penh, de hoofdstad, toegekomen. We hebben er meteen al een restaurantje tot onze grote favoriet uitgeroepen omdat het eten er super heerlijk is en bovendien bereid en opgediend wordt door ex-straatkinderen die zo een kans krijgen om uit hun uitzichtloze situatie te klimmen. Dineren voor een goed doel, niets is heerlijker toch...

Tenzij dan misschien verblijd worden met jullie mails over het leven zoals het is in Belgie! Bedankt om ons ook op de hoogte te houden van jullie leventjes.

stuur ons een berichtje                                                                                                     terug naar boven 
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

31 oktober: Kapot in Kampot

Het is ongelooflijk hoe veel gruwelijk leed een handjevol mannen kan veroorzaken. Een van onze laatste dagen in Phnom Penh hebben we een bezoek gebracht aan S-21, een school die tijdens de paar jaar dat de Khmer Rouge aan de macht waren gebruikt werd als gevangenis. S-21 (Security Center 21) was de gruwelijkste en meest geheime gevangenis van de Khmer Rouge. Slechts twee van de duizenden mensen die er tussen 1977 en 1979 gevangen gezeten hebben, hebben het er levend van af gebracht. De mannen, vrouwen en kinderen die S-21 binnenkwamen wisten dat hun dagen geteld waren. Ze werden onderworpen aan de meest gruwelijke folteringen en opgesloten in hokken van 2 meter op 80 centimeter. Net groot genoeg om in te gaan liggen. Voor elke beweging die ze maakten (zelfs 's nachts in hun slaap) moesten ze toestemming van de bewaker vragen of ze riskeerden zware zweepslagen. Overdag werden ze onderworpen aan gruwelijke folteringen totdat ze uiteindelijk toegaven dat ze spionnen van de CIA waren, of totdat ze bezweken aan de folteringen. Als ze dan uiteindelijk de bekentenis ondertekend hadden werden ze naar de "Killing Fields" een eindje verderop gebracht. Daar werden ze een voor een doodgeslagen met een stok, spade, knuppel of wat er dan ook voor handen was. Op een bepaald ogenblik in 1979 was het aantal mensen dat per dag naar de Killing Fields gebracht werd zelfs zo groot dat de beulen ze niet alllemaal op 1 dag vermoord kregen. Op dat ogenblik werden er 300 mensen per dag met de blote hand vermoord. Kleine kinderen werden bij de benen vastgenomen en tegen een boom gesmeten. Gruwelijk! Het was echt geen dagje om vrolijk van te worden, maar wel noodzakelijk om te beseffen wat dit land (en eigenlijk iedereen die een paar jaar ouder is dan ons) meegemaakt heeft. Uit de verhalen op de tentoonstelling in S-21 kwam heel duidelijk nar voor dat iedereen schrik had, de gevangenen en de bewakers, want als de bewakers niet deden wat hun opgedragen werd zouden ze snel aan de andere kant van het hek terecht komen. De achterdocht en de angst was zo groot dat niemand elkaar nog vertrouwde. Soms vraag je je af hoe het komt dat dergelijke regimes aan de macht kunnen komen en aanhangers kunnen hebben en dan merk je dat dat nu nog steeds gebeurt. En zolang mensen niet inzien dat haat en achterdocht niets positiefs oplevert zullen dergelijke regimes jammer genoeg kunnen blijven bestaan.Wij zijn er in ieder geval nog meer van overtuigd geraakt dat liefde en respekt de basis zijn voor elke gezonde samenleving. Hopelijk raakt iedereen daar langzaam maar zeker ook van overtuigd, al laten signalen zoals verkiezingsuitslagen eerder het tegendeel zien. Doodzonde en weer een jammerlijk gemiste kans!

Na dat dagje gruwelen waren we er nog maar eens van overtuigd geraakt dat de Cambodjaanse bevolking een fantastische ingesteldheid heeft. Niet kijken naar wat geweest is, maar kijken naar het nu en dromen van een betere toekomst. En dat zorgt er voor dat ze kunnen lachen en vrolijk zijn en genieten van alles wat ze nu wel hebben. In onze ogen is dat nog niet veel, maar als je ziet dat dit land 10 jaar geleden nog een grootschalige burgeroorlog kende en dat het communisme van Pol Pot met zijn Khmer Rouge er 30 jaar geleden voor gezorgd heeft dat de steden spooksteden werden omdat iedereen gedwongen werd naar het platteland te verhuizen, dat er geen geld meer bestond en de Nationale Bank opgeblazen was omdat dat kapitalistische dingen waren, en dat er zoveel miljoen mensen vermoord geweest zijn, dan is het voor ons hallucinant dat er vandaag (naast alle ellende) zoveel vreugde is. Weer een enorme levensles rijker konden we Phnom Penh verlaten en naar het zuiden rijden, richting Kampot, op naar nieuwe avonturen. Het eerste kleine avontuur begint onderweg als we stoppen aan het Phnom Tamao Wildlife Sactuary, een kruising tussen een safaripark en een zoo. Het bijzondere aan de plaats is echter dat ze dieren opvangen die door stropers gevangen genomen zijn of die vast gezeten hebben in vallen van stropers. Die dieren krijgen in de zoo een nieuw thuis, weliswaar achter tralies, maar dankzij de hulp van internationale dierenrechtenorganisaties, in een ruime en zeer mooie omgeving met veel aandacht voor detail. De bedoeling van de zoo is om met het ingezamelde geld van de bezoekers stroperij tegen te gaan en de rooftochten tegen bijna uitgestorven diersoorten tegen te houden. Aan de andere kant hopen ze door het aanklagen van dergelijke praktijken ook een bewustzijn te creeren, want zoals ze zelf zeggen, pas als de vraag naar illegale dieren stopt, kan de stroperij ook stoppen. Dat steunen wij volledig en met een goed geweten keken we gebiologeerd naar alle beestjes. Het is super om een majestatische tijger op een meter van uzelf te zien passeren en nog leuker om diezelfde tijger achteraf om aaitjes van de verzorger te zien smeken! Het blijft toch een beetje een grote kat blijkbaar... Ook al geeft die verzorger toe dat hij niet zou aarzelen om aan te vallen als er hem iets niet aanstaat. Even verder zien we in een groot steppelandschap zowat de mooiste leeuw die wij ooit gezien hebben, blakend van gezondheid, maar helaas te lui om zijn gat op te heffen (om het in het schoon vlaams te zeggen). Nog verder raken we gefascineerd door de enorm speelse en super schattige berenpopulatie. Ongelooflijk hoe menselijk beren kunnen zijn. Het liedje "Ik zag twee beren broodjes smeren" heeft nog nooit zo realistisch geleken...

Volledig opgeladen en klaar om de kust van Cambodja onveilig te maken komen we in Kampot toe, een tof klein stadje dat nog een klein beetje de franse koloniale atmosfeer uitademt. We vinden er een klein plaatselijk bakkerijtje (joepie, lekker Frans brood als ontbijt) en een Cambodjaans restaurantje waar ze hun eigen -lekkere- versie van de pizza uit de oven toveren. Ons eerste daguitstapje brengt ons naar Kep, vroeger beter bekend als Kep-sur-Mer en een van de plaatsen waar de franse koloniale elite haar vakanties ging doorbrengen. Ondertussen heeft Kep zeer veel meegemaakt en vooral de hogersnood van eind jaren '70 is niet mals geweest voor Kep. Cambodjanen hebben toen de franse villa's beroofd van alles wat los te maken was (badkamers, ramen, deuren, dakpannen,...) om dat te verkopen aan de Vietnamezen in de hoop zo toch nog een beetje overlevingskansen te hebben. Wat nu overblijft van Kep is een levende spookstad, bezaaid met karkassen van grootse franse villa's die 'gekraakt' zijn door Cambodjanen. Het levert vreemde taferelen op en het is beslist de moeite als daguitstap, zeker omdat de weg er naar toe ons weer door schitterende taferelen van ruraal Cambodja bracht. Onze tweede daguitstap zal ons naar Bokor Hill Station brengen, een soort Kep, maar dan midden in het oerwoud, boven op een berg. De weg naar boven wordt omschreven als een van de minder goede wegen van Cambodja, dus we staan lekker vroeg op om op tijd aan de klim van dertig kilometer te beginnen. Een ritje van tien kilometer over wat los grind tot de voet van de berg en dan begint de helling. Op twintig kilometer 1000 meter naar boven dwars door het oerwoud en dan nog tien kilometer over de bergrug naar Bokor. We waren gewaarschuwd, het zou een minder goede weg zijn, maar wat we voor ons kregen sloeg alle verwachtingen. Hetgeen aan de voet van de berg nog redelijk slechte weg is, verandert na de eerste bocht al meteen is een pad van keien en stenen. We besluiten het er toch op te wagen en na tien kilometer nemen we de eerste pauze met een gevoel van 'amaai, dat is nogal ne weg he'. Maar even later begint de ellende, een aardverschuiving heeft het keien-rotsen pad veranderd in een modderpoel en terwijl we daar behendig door rijden wordt ons duidelijk dat Bokor misschien toch niet echt geschikt is voor Robin en Suzy. Aangezien we dan al halverwege zitten en iemand ons verteld heeft dat de laatste tien kilometer iets beter zijn, zetten we toch door. Tijdens de tweede pauze, bovenop de berg denken we dus dat de miserie achter de rug is, maar in plaats van modderpoelen, steile hellingen en rotsen krijgen we tien kilometer kleine keitjes te verwerken. Op een 4x4 is zoiets geen probleem, maar op een scooter betekenen losse keitjes dat je wielen constant wegschieten en doen wat je niet wilt dat ze doen. Gelukkig blijven we overeind, maar tegen de tijd dat we in Bokor toekomen zijn we kapot. En ramp boven ramp hebben we vier uur gedaan over de beklimming hetgeen betekent dat we bijna meteen aan de afdaling mogen beginnen als we voor het donker het oerwoud willen uit zijn. Totaal uitgeput en volledig moedeloos hebben we zelfs geen energie meer om te kijken of Bokor eigenlijk mooi is! We hebben wel even snel rondgekeken, maar we hebben er niet veel van gezien. De afdaling belooft alles van ons te vergen wat we nog hebben, dus we bijten op onze tanden en we beginnen eraan. Tegen de tijd dat we beneden zijn weten we allebei dat we er onze tanden op hebben stukgebeten, maar we zijn blij dat we behouden beneden geraakt zijn en een kwartiertje voor de duisternis volledig invalt. De tien kilometer terug naar Kampot rijden we absurd traag, maar meer kan onze geest echt niet aan. Nadat we gegeten en gedouched hebben kunnen we de schade eens opmeten: allebei schrammen op onze armen van de struiken langs de weg, allebei volledig overwerkte spieren door de vele pogingen om Robin of Suzy toch recht te houden (de duim van Lieve heeft de hele nacht spastische bewegingen gemaakt) en allebei een volledig opengeschuurd zitvlak. Negen uur junglepad is duidelijk echt te veel om op twee kleine scootertjes te doen! Het duurt twee volle dagen voor we weer een beetje normaal op een zadel kunnen zitten, een tijd die we gebruiken om wat te lezen, de rest van de reis te plannen, spelletjes te spelen en onze wonden te likken. Na vijf dagen in Kampot houden we de kust van Cambodja voor bekeken en we besluiten wijselijk om via het noorden terug naar Thailand te rijden en niet via de -volgens verslagen- barslechte kustweg. Van slechte wegen hebben we nu even genoeg! Dus slapen we weer een nachtje in Phnom Penh, van waar we via de beste weg van het hele land naar Batdambang rijden. Het wordt een mooi afscheid van dit schitterend land en als we aan het eind van de rit zonder problemen de grens over rijden kunnen we terugblikken op alweer een mooi en geslaagd avontuur.

Op dit ogenblik zitten we drie daagjes in Khorat om alle voorbereidingen te treffen voor de volgende rit die ons naar het zuiden van Thailand, Maleisie en Singapore zal brengen...

Alweer heel veel dank aan iedereen die ons nog steeds berichtjes blijft sturen. Het lijkt alsof het spreekwoord "Uit het oog, uit het hart" pure nonsens is. En wat ons betreft is dat inderdaad zo!

stuur ons een berichtje                                                                                                     terug naar boven 
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------